Spook Lilo
Er was eens een klein spook genaamd Lilo. In tegenstelling tot andere spoken hield Lilo er niet van om mensen bang te maken. Eigenlijk wilde het maar één ding: vrienden maken.
Zo werkt het
-
Op de Halloweenavond zweefde Lilo door het dorp, langs griezelig versierde huizen en blije kinderen in kostuums. Maar elke keer als Lilo hallo wilde zeggen, schreeuwden de mensen en kinderen en renden weg. Lilo voelde zich verdrietig. Het wilde niemand bang maken.
-
In een hoek van het dorp ontdekte Lilo een oude, verlaten schuur. In de hoop daar wat rust te vinden, zweefde het naar binnen. Tot zijn grote verbazing vond het daar een groep dieren - een kat, een uil en een kikker. Ze hadden zich verstopt voor de Halloween-drukte.
-
Lilo vertelde hen over zijn wens om vrienden te maken. De dieren besloten te helpen. Ze stelden voor dat Lilo hen zijn vriendelijke kant zou kunnen laten zien door hen een verhaal te vertellen.
-
Lilo begon te vertellen. Het vertelde over zijn reizen door de wolken, over de vallende sterren die het had gezien, en over de zachte melodieën die het 's nachts hoorde. De dieren luisterden geboeid, en toen het verhaal eindigde, klapten ze enthousiast.
-
Het kleine spook had eindelijk vrienden gevonden. Elk jaar met Halloween kwamen ze samen in de oude schuur, luisterden naar Lilo's verhalen en vierden samen.
-
En zo leerden de dieren van het dorp dat niet alle spoken eng zijn. Sommige, zoals Lilo, zijn gewoon op zoek naar vriendschap. En op die magische Halloweenavond vond Lilo eindelijk wat het zo graag wilde: echte vrienden.
Dit leren kinderen hiervan
- Taal & expressie